21 maart
Case
“Stilzittend en niets doend
groeit het gras
en komt de lente vanzelf.”
(Zenrin Kushu)
Kort
Ook zengezegdes kunnen gedateerd raken
Iets langer
Dit gedicht komt uit de Zenrin Kushu, een vijftiende-eeuwse bundel met korte teksten. Ik leerde het gedicht lang geleden kennen in één van de eerste boekjes over het zenboeddhisme die ik las en ik was er meteen verliefd op. Het deed me dromen over hoe het zou zijn om een zenboeddhist te zijn, die helemaal kon opgaan in de natuur. Door de nerveuze genenpoel waar ik uit was voortgekomen, keek ik uit naar het ontwaakte niets doen, om de grootse natuur haar zachte gang te laten gaan. En ja, nadat ik zenmeditatie was beginnen beoefenen, de zenfilosofie was beginnen bestuderen, en me zelfs tot zenboeddhist had laten wijden, kreeg ik vaak genoeg een glimp van wat dit gedicht zo mooi en kernachtig uitdrukt.
Maar er gebeurde ook wat anders. Hoe meer ik mediteerde, des te minder ik me kon ontrukken van het besef dat in onze tijd de grootse natuur volop uit haar hengsels wordt gelicht. Door ons gedrag. Iedereen weet wel dat we door een klimaatverandering aan het trekken zijn. Die is groter dan eender welke verandering in de laatste twaalfduizend jaar (toen er nog ijstijden waren) en sneller dan de laatste miljoenen jaren (toen er nog dino's rondliepen). Maar zo goed als niemand durft dat besef werkelijk tot zich te laten doordringen. Vandaag begint de lente. Maar dit jaar lijkt er geen winter te zijn geweest. En zoveel zomers lijken er al op toestanden waarvoor je vroeger duizend kilometer naar het zuiden moest trekken? En daar staat tegenwoordig de boel de helft van het jaar in brand. Kunnen we daarbij stilzitten en niets doen? Nu de lente niet meer zo vanzelfsprekend is? En het gras er binnenkort weer vanzelf verschroeid bij ligt?
Ik denk dat we vandaag niet meer op één manier 'zen' kunnen zijn, maar minstens op twee manieren. De eerste manier lijkt op wat hierboven staat: het vermogen ontwikkelen om in elke situatie de toestand te laten zijn zoals hij is, en uit dat niet-doen een andersoortige vreugde ontwikkelen. Zoals de meditatierichtlijn van de Boeddha die ik enkele dagen geleden besprak. Maar die vreugde is echt maar het begin. Want een tweede manier om 'zen' te zijn is jezelf wel degelijk actief de vraag stellen: wat kan ik hieraan bijdragen? Hoe kan ik een positieve invloed zijn in dit netwerk van oorzaken en gevolgen. Anders gaat onze zen stinken naar escapisme. Zeker vandaag. Nu we zelfs van de lente niet meer zo zeker kunnen zijn.
Voor de hele reeks, klik hier.
Als je deze teksten ook in de praktijk wil brengen, kun je deelnemen aan de online ZIT-sessies.