7 maart
Case
“Temidden van niet één ding, een onbegrensde rijkdom.”
Shu Shi
Kort
Iets langer
Ik heb deze uitspraak leren kennen als een kalligrafie van Shu Shi (1037 – 1101). Ik heb er groot zwak voor. Op een overmoedige dag heb ik ze eens uitvergroot op een afgedankte trampoline gekopieerd. Dat kun je op de foto hierboven zien. Zoals altijd is het origineel mooier, maar deze versie heeft ook iets, vind ik. Door de veren rond de grote trampoline lijkt de zin op een ietwat onnozele stripmanier te stralen. Dat past bij de zin: “Temidden van niet één ding, een onbegrensde rijkdom.” Shu Shi was een bekend dichter, dus ik vermoed dat deze zin deel uitmaakt van een gedicht, maar omdat ik alleen al door deze zin zo onder de indruk ben, heb ik de rest van het gedicht nog niet opgezocht.
Wat betekent de zin? We zouden hem kunnen lezen als een opmerking over de 'leegte'. Iets waar boeddhisten maar niet over uitgepraat geraken. 'Temidden van niet één ding' betekent dan dat de dingen die we gewoonlijk als ding zien geen dingen zijn. Dat, als we goed kijken, elk ding een wriemelende wolk van relaties is. Dat is in deze notities al wel vaker aan bod gekomen. Maar ik lees deze woorden graag nog een tikje anders. 'Temidden van niet één ding' zou ook kunnen betekenen dat Su Shi hier de fameuze 'eenheidservaring', die zo vaak wordt gezien als het grote doel van zenmeditatie, van de hand wijst. Eerder dan alles als één te zien - als Leeg, als één Geheel, als Bewustzijn, of als een ander Hoofdletterwoord - laat hij als dichter liever de veelheid van het bestaan aan het woord. Als we ophouden te denken dat we eigenlijk de éénheid der dingen zouden moeten zien, kunnen we wakker worden in een onmetelijke rijkdom. Dat moet Shu Shi op een dag eens zo intens hebben ervaren dat hij het wel moest opschrijven. Wat een weelde.
Voor de hele reeks, klik hier.