29 maart
Case
Concentratie als factor van ontwaken is “Wat is er voor het begint te functioneren?” En toch is het één enkele waterbuffel naar de weide brengen.
(Dogen, Sanjushichi Hon Bopai Bunpo)
Kort
Liever dan over concentratievermogen heb ik het over 'de bereidheid om terug te komen'.
Langer
Onder 'concentratie' begrijpen we meestal het vermogen om je met één taak bezig te houden, zonder al te veel afgeleid te worden. Aangezien we vandaag onophoudelijk afgeleid worden door onze smartphone- en andere georganiseerde verslavingen, is het al een heksentoer om ons zover te krijgen ons op een eenvoudige taak te concentreren. Maar de concentratie waar het hier over gaat, is toch nog wat anders.
Dat drukt Dogen hier uit met zijn vreemde vraag: “Wat is er voor het begint te functioneren?” Dit gaat nogal expliciet niet over concentratie-oefeningen doen om beter te functioneren op je werk. Het verwijst eerder naar een meditatiepraktijk waarin je zodanig verzonken bent dat alles wat herkenbaar is of ergens toe dient verpulvert. Je bent wel degelijk bij bewustzijn, en het is ook niet dat er niets in je opkomt, maar je concentratie kijkt door alles heen. Het is (merk ik nu) niet zo makkelijk om dit te beschrijven. Deze vorm van concentratie maait alle vaste gedachten en beelden neer, zodat je de kans krijgt om nadien de dingen op een heel andere manier te bekijken. Of om op zijn minst aan den lijve te ervaren dat je beeld van de dingen ook maar een beeld is. Dat maakt het veel gemakkelijk om van gedachten te veranderen. Om je beeld van jezelf en de wereld om te gooien; Om, zoals de oudste boeddhistische teksten dat graag zeggen 'je geest flexibel te maken'.
Maar Dogen zou Dogen niet zijn mocht hij daar niets aan toevoegen. Want die rare geconcentreerde toestanden kunnen je verleiden te denken dat je verlicht bent. Maar dat zou niet zo anders zijn dan besluiten dat je verlicht bent omdat je LSD hebt geslikt. Met zijn tweede zin brengt Dogen ons daarom met de twee voeten op de grond. Concentratie dient niet om ons te laten flippen en denken dat we er zijn. Het is een steeds terugkerende praktijk, die even gewoon en aards is als “één enkele waterbuffel naar de weide brengen.” Waterbuffels in zenteksten staan vaak voor onze eigen geest. Het zijn verschrikkelijk sterke dieren, dus je hebt een goede techniek nodig om ze naar een weide te brengen. Zo ook is concentratie een manier om onze wilde geest, die sterk genoeg is om ontzettend veel brokken te maken, te leren richten op het goede leven. Bijvoorbeeld door in meditatie te durven toekomen met het onophoudelijk terugbrengen van je aandacht naar je ademhaling. Of dat nu zo'n geweldig diepe concentratie oplevert of niet, is mogelijk niet eens zo belangrijk. Hoe het ook met je geest gesteld is, telkens breng je je geest terug naar je punt van concentratie. Zo wordt alvast één waterbuffel naar de weide gebracht. En dan nu de volgende...
In klassieke teksten staat een waterbuffel soms ook voor een idiote zenbeoefenaar. Concentratie is met andere woorden ook erkennen dat je idioot bent. En die idioot rustig, met zachte maar vaste hand, telkens weer terugbrengen naar die plaats waar je was voor die idioot begon te functioneren. Want die plek bestaat wel degelijk. Ze is terug te vinden in elke ademhaling.
Voor de hele reeks, klik hier.
Als je deze teksten ook in de praktijk wil brengen, kun je deelnemen aan de online ZIT-sessies.